Hoe scheid je op Wall Street de boefjes van de boeven?

(11 januari 2015) Vlak voor de Kerst bracht onze schatbewaarder Jeroen Dijsselbloem het bericht naar buiten dat hij bij de keuze van de zakenbanken die de beursgang van ABN Amro mogen begeleiden ook hun reputatie meeweegt. Bewindvoerder NLFI voegt hieraan toe: ‘Wij selecteren op ervaring en kwaliteit. En binnen het criterium kwaliteit speelt maatschappelijk verantwoord ondernemen een belangrijke rol.’ Symboolpolitiek misschien, maar naar mijn mening ook een prachtig gebaar. Het getuigt in een tijd waar ketenverantwoordelijkheid en transparantie bovenaan de agenda staan van uitstekend reputatiemanagement. Onze samenleving heeft de buik vol van de Wall Street-wolven die dankzij hun zwakke gewetensfunctie de ergste crisis sinds de Grote Depressie veroorzaakten, maar daar ondanks hun hyperintelligentie niets van hebben geleerd. Maar omdat alle zakenbanken die deze klus kunnen klaren besmet zijn, plaatst dit de minister voor een duivels dilemma. Aangezien Triodos en ASR geen IPO’s kunnen begeleiden, moet hij contre coeur een pact met de duivel sluiten. Om groen licht van de Tweede Kamer te krijgen, moet hij dus aantonen welke zakenbanken het minst op hun kerfstok hebben of in elk geval het meest van de bankencrisis hebben geleerd. Maar hoe meet je dat in Rudolf Steiner’s naam? Hier zijn geen objectieve indicatoren voor. Misschien moet hij zijn oor eens bij de stakeholders te luisteren leggen. Dat levert een verrassend genuanceerd beeld op. Je denkt waarschijnlijk dat het allemaal boeven zijn, maar volgens de stakeholders zijn ze, evenals De Daltons, niet allemaal even groot.

De meest geraadpleegde indicator bij de keuze van potentiële IPO-underwriters zijn de zogenoemde league tables. Maar die tonen alleen dat Bank of America, Lazard, JPMorgan, Morgan Stanley en Goldman Sachs over de beste papieren beschikken om een klus van deze omvang te klaren en zeggen niets over hun MVO-beleid. De Dow Jones Sustainability Index (DJSI) laat wel zien welke bedrijven kosher zijn, maar op die ranking hebben de meeste usual suspects geen notering. En op de reputatielijstjes van Harris (RQ) en het Reputation Institute (RepTrak) bungelen ze allemaal al jaren helemaal onderaan. Als hij straks niet met de mond vol tanden in de Kamer wil staan, moet de minister dus uit een ander vaatje tappen.

Bij gebrek aan objectieve evidentie, leveren de opinies van hun stakeholders een schat aan indirecte bewijzen op. Vooral de investeerders, klanten en medewerkers, want hun ervaring komt uit de eerste hand. En de journalisten als key-influentials van de communis opinio en daarmee ook van de politieke besluitvorming. De laatstgenoemden zijn eenduidig in hun oordeel. Zij zien Goldman Sachs als de zakenbank bij uitstek om voor de ABN Amro-IPO te worden overgeslagen. ‘Vooral Amerikaanse banken zijn de afgelopen jaren betrokken geweest bij schandalen. Voor veel mensen is met name Goldman Sachs daar een exponent van,’ schrijven FD-journalisten Ivo Bökkering en Pieter Lalkens. Mathijs Bouwman gaat nog een stapje verder en adviseert Dijsselbloem in zijn column: ‘Verkoop ABN Amro, maar doe het zonder Goldman Sachs.’ Niet zonder reden. De ‘vampierinktvis’ is voor velen de personificatie van Het Kwaad dat de financiële markten en de politiek al decennialang in een perverse omhelzing gevangen houdt. Diverse klanten zullen dit beamen. ABN Amro bijvoorbeeld. Dankzij Goldman verloor de bank vlak voor de val van Lehman maar liefst €623 mln in de Abacus-zaak, waarbij ze van twee walletjes aten door hedgefonds Paulsen & Co te helpen speculeren op de waardedaling van de herverpakte rommelhypotheken die Paulson zelf had uitgezocht en Goldman-trader ‘Fabulous’ Fabrice hen had aangesmeerd. Ook Dijsselbloem’s eigen pensioenfonds het ABP ging met de herverpakte rommelhypotheken van Goldman voor honderden miljoenen het schip in. Dat de bank het eigenbelang boven het klantbelang laat prevaleren, wordt bevestigd door twee oud-medewerkers. Greg Smith plaatst in 2012 zijn veelbesproken ontslagbrief in The New York Times. De bankier noemt het malicieuze dedain waarmee zijn collega’s op hun klanten neerkeken en het perverse gemak waarmee ze deze ‘muppets’ uitknepen symptomatisch voor de giftige en destructieve bedrijfscultuur van zijn voormalige broodheer. Trader Steven Mandis verhaalt een jaar later in What Happened to Goldman Sachs? hoe de bank langzaam maar zeker vervreemd raakte van de business principles die hem groot hebben gemaakt. Vooral van hun eerste gebod ‘Our clients always come first’.

Maar is ‘Goldman Sucks’ daarmee werkelijk zoveel slechter dan de andere zakenbanken op Wall Street of de Zuidas? Een investeerder nuanceert dit inktzwarte beeld. En niet de minste. Warren Buffett, de belegger die met zijn scherpe oog voor reputatierisico’s in de financiële wereld een bijna-onaantastbare status verwierf, brak in diverse interviews een lans voor Goldman Sachs. Deze bank wordt naar zijn oordeel zo goed bestuurd en heeft ook zoveel expertise in huis dat hij het vernietigde reputatiekapitaal in no time terugverdient. En om zijn betoog kracht bij te zetten, nam hij in 2013 een miljardenbelang in de bank. Buffett’s admiratie voor bestuursvoorzitter Lloyd Blankfein lijkt niet geheel onterecht, want hij sprak als enige bankbestuurder het Mea Culpa uit. ‘We participated in things that were clearly wrong and have reason to regret,’ verklaarde hij in 2009 op een conferentie in New York, ‘We apologise.’ Je kunt dit gebaar gemakkelijk weghonen, maar welke Nederlandse bankbestuurder ging ooit zover? En hij lijkt het nog te menen ook, want in 2010 richtte hij onder zijn voorzitterschap de Business Standards Committee op om de business principles van zijn bank te herijken. Natuurlijk is dit nog geen bewijs van goed gedrag. Maar omdat Goldman als enige zakenbank de noodzaak van een cultuurverandering lijkt in te zien, is dit naar mijn oordeel wel een goede eerste stap.

De toezichthouders, die als geen ander weten wat de banken op hun kerfstok hebben,  zullen dit beamen. De boetes die zij de grootbanken sinds de crisis hebben opgelegd, vormen een aardige graadmeter voor hun sustainability en betrouwbaarheid. De Huffington Post ontwierp een boetekaart waarop je in één oogopslag ziet welke banken het verst over het randje gingen. Bank of America staat met $61 mrd met stip op één, gevolgd door JPMorgan met ruim $31 mrd en Citigroup met $10 mrd. Morgan Stanley komt met ruim $1 mrd relatief goed voor de dag. Goldman Sachs is volgens de toezichthouders slechts een boefje, want met een ‘schamele’ $550 mln staat de bank helemaal achterin de Hall of Shame. Zelfs onze eigen ING heeft met een cumulatieve boete van $619 mln meer op zijn kerfstok. Om over de $1 mrd boete van onze goede oude Rabobank nog maar te zwijgen.

Minister Dijsselbloem staat met de beursgang van ABN Amro voor een gigantische uitdaging en wie een gemakkelijke oplossing bepleit, heeft zich onvoldoende in de materie verdiept. Mijn bescheiden advies: vraag alle kandidaat-underwriters als geloofsbrief de uitkomsten van hun stakeholderonderzoeken en –dialogen te overleggen. Om te achterhalen of de grootste boeven hun lesje hebben geleerd, moeten Bank of America, JPMorgan en Citigroup Dijsselbloem vooral inzicht verschaffen in de aanwijzingen van hun toezichthouders. JPMorgan mag geen voorkeursbehandeling krijgen, want dat Dijsselbloem’s Britse partijgenoot Tony Blair voor elf keer de balkenendenorm op hun loonlijst staat, is een reputationele bananenschil waar hij maar beter met een boog omheen kan lopen. Lazard moet vooral de kwaliteitsborging en tevredenheid van institutionele klanten aantonen, want dankzij hun slecht onderbouwde adviezen betaalde de Nederlandse Staat miljarden teveel voor ABN Amro en Fortis, zoals commissie De Wit uitwees. Goldman Sachs zou ik op voorhand niet uitsluiten, maar omdat over hun bedrijfsethiek en klantgedrevenheid gerede twijfel bestaat, moeten zij met de uitkomsten van medewerkers-/klantenonderzoeken en testimonials van institutionele klanten hardmaken dat er daadwerkelijk een cultuuromslag plaatsvindt.

De slag om de reputatie wordt met woorden gevoerd, maar met daden beslecht. De ‘lijstjes’ bieden geen houvast, maar consultatie van de stakeholders verschaft Dijsselbloem wel het comfort dat hij zoekt. Zij kennen de zakenbanken te goed om zich door gladde PR-jongens of activistische bankbashers van de wijs te laten brengen en beoordelen hen als geen ander op hun merites. Als de minister bij hen te rade gaat, vallen de rotste appels vanzelf door de mand en heeft hij een goed verhaal dat zelfs kuitenbijter Pieter Omtzigt zal overtuigen. Reputation is in the eye of the stakeholder.

Henk Noort

 

It's only fair to share...Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *