Onzichtbare accountantsbestuurders laten kansen liggen

(Mei 2014) Het kost twintig jaar om een reputatie op te bouwen, maar vijf minuten om het te ruïneren, orakelde Warren Buffett. Maar om erachter te komen hoe je een geschonden reputatie herstelt, kun je beter bij de stakeholders te rade gaan. De accountantskantoren zijn het schoolvoorbeeld van een sector die in een neerwaartse spiraal terechtkwam en haar license to operate kwijt dreigt te raken, omdat ze maatschappelijke veranderingen slecht heeft aangevoeld. Vooral de Big 4-kantoren zijn hier debet aan en hebben ook het meeste te verliezen. Maar in plaats van het tij te keren, staren ze als verstijfde konijnen in de koplampen van de aanzwellende volkswoede. De critici die hun bestaansrecht in twijfel trekken, hebben een punt. Als hun accountants eerder aan de bel hadden getrokken, waren DSB, Landis en Van der Moolen (EY), LCI en Econcern (PwC), Van der Hoop en InnoConcepts (Deloitte) en Vestia en SNS Reaal (KPMG) wellicht niet ten onder gegaan. Nu ze zelf niet in staat blijken schoon schip te maken, dreigt de politiek met verregaande regulering van de sector. Maar zoals BNR-columnist Rob Jansen terecht opmerkt: ‘Je bevordert integriteit niet met meer wetgeving’. De 64000 dollar-vraag is wat de accountantskantoren en dan met name de grote kunnen doen om het geschonden vertrouwen te herstellen. Een onderzoek van reputatiegoeroe Cees van Riel uit 2013 onder acht in- en externe stakeholdergroepen naar de reputatie van de accountant en zijn kantoor maakt de belangrijkste pijnpunten zichtbaar. De accountantskantoren hebben een integriteitsprobleem, een communicatieprobleem en een leiderschapsprobleem. Om de eerste twee het hoofd te kunnen bieden, moeten ze het derde probleem oplossen.

Dat de accountantskantoren met een integriteitsprobleem kampen, behoeft geen betoog. Vanwege lucratieve adviesopdrachten knepen de accountants bij hun controle vaak een oogje toe of trapten ze te laat op de rem. De rokende puinhopen van Enron, Lehman en diverse Nederlandse bedrijven vormen daarvan het treurige bewijs. Daarom geven de ondernemers, het brede publiek, de interne toezichthouders en autoriteiten zoals DNB, de Belastingdienst en verschillende ministeries in het onderzoek van Van Riel de accountants een onvoldoende voor hun maatschappelijke meerwaarde. En ondanks de nieuwe Wet op het accountantsberoep (Wab), trekken het brede publiek, de interne toezichthouders en de autoriteiten hun onafhankelijkheid nog steeds in twijfel. Wat naar mijn mening ook meespeelt is dat accountants worden geassocieerd met hun taxcollega’s die multinationals de gaten in de wet tonen, zodat ze met gehaaide belastingtrucs zoals offshoring vrijwel geen vennootschapsbelasting hoeven betalen. Waarschijnlijk twijfelen het brede publiek en de autoriteiten daarom ook aan de integriteit van de accountant. Dat verklaart de vernietigende reacties in de media op het bericht dat de KPMG-top met de bouw van het nieuwe hoofdkantoor in Amstelveen 16 miljoen verdiende. Dat de onlangs afgetreden bestuursvoorzitter van dezelfde organisatie Jurgen van Breukelen in zijn vrije tijd ook met vastgoed sjoemelde, bevestigt het beeld van gewiekste zakkenvullers voor wie alles wat de wet niet verbiedt, is geoorloofd.

De accountantskantoren hebben ook een kolossaal communicatieprobleem. Volgens onderzoek van de AFM vertoont de onderbouwing van de verklaringen die grote en middelgrote accountantskantoren afgeven soms ernstige hiaten. Ook in het onderzoek van Van Riel oordelen de in- en externe stakeholders dat de communicatie van de accountants onvoldoende ‘helder en constructief’, ‘tijdig en relevant’ en ‘duidelijk over de werkzaamheden’ is. Volgens het brede publiek en de autoriteiten zijn ze ook niet erg open en eerlijk. Critici zoals Nyenrodeprofessor Marcel Pheijffer voegen hieraan toe dat ze zich soms achter hun geheimhoudingsplicht verschuilen, terwijl de samenleving verwacht dat ze vanuit het maatschappelijk belang vaker de grenzen van hun omerta opzoeken en eerder alarm slaan. Zelf vind ik ook de wijze waarop de accountantskantoren op de huidige crisis reageren voor verbetering vatbaar. De strategie is: wie geschoren wordt, moet stilzitten, want terwijl de publiciteitsstorm orkaansterkte bereikt, houden zij zich muisstil. We moeten het doen met een publieke berisping van hun koepel de NBA aan het adres van KPMG en een sussende brief van NBA-voorman Huub Wieleman in het Financieele Dagblad, die stelt dat de nieuwe wetgeving en de bestaande handhavingsinstrumenten afdoende zijn om nieuwe excessen te voorkomen. Pikant is zijn pleidooi voor naming and shaming door de toezichthouders, zodat de goede kantoren niet langer hoeven te lijden onder de rotte appels in de mand (lees: KPMG). Het is onduidelijk of hij tijdens het schrijven ervan de pet van Deloitte-partner droeg of die van NBA-voorzitter. En omdat het voorbijgaat aan het fundamentele integriteitsprobleem waar alle grote kantoren mee kampen, is deze  verdediging too little too late. Reputatieconsultant Paul Stamsnijder legt in Communicatie zijn vinger op de zere plek: ‘De meeste accountantskantoren zijn gesloten bolwerken. De communicatie is defensief en reactief van aard.’

Wat in de huidige discussie onderbelicht blijft, is dat de accountantskantoren ook kampen met een leiderschapscrisis zonder weerga. Een rode draad in mijn stakeholderonderzoeken van de afgelopen twintig jaar voor de energie-, telecom-, banken-, pensioen-, verzekeringssector en tal van andere sectoren, is dat stakeholders van topbestuurders visie en leiderschap verwachten, vooral als hun sector in brand staat. Maar de bestuurders van de accountantskantoren verschuilen zich achter hun woordvoerders. Vooral de Big 4-bobo’s stellen teleur. Jurgen van Breukelen (oud-CEO KPMG) liet zich duidelijk zien en horen, maar Peter van Mierlo (CEO PwC), Peter Bommel (CEO Deloitte) en Marcel van Loo (CEO EY) schitteren slechts door afwezigheid. Een gemiste kans, want als hoofdrolspelers in de crisis en gezichtsbepalers voor de sector, hebben zij een bijzondere inspanningsverplichting. Dit leiderschapsprobleem komt ook uit het onderzoek van Van Riel naar voren. De in- en externe stakeholders zijn het erover eens dat de bestuurders inadequaat reageren op aantijgingen tegen hun accountants in de media. En over hun deelname aan het maatschappelijk debat over de toekomst van de sector zijn ze unaniem zeer ontevreden. L’histoire se répète. Na de banken zitten nu de accountantskantoren in het beklaagdenbankje, maar hun bestuurders reageren even verkrampt en weifelend als de bankbestuurders. Met alle gevolgen van dien. If you don’t come to the table you will be on the menu.

Om de reputatie van de sector te herstellen en de license to operate terug te verdienen, moeten de accountantskantoren net als de banken terugkeren naar de basis door een helder antwoord te formuleren op de vraag: waartoe zijn wij op aarde? De samenleving moet er weer op kunnen vertrouwen dat ze niet op eigen gewin uitzijn, maar primair hun belang dienen en vooral het belang van de aandeelhouders die hun zuurverdiende spaarcentjes of schrale pensioenen in bedrijven steken. Wetgeving alleen kan dat vertrouwen niet herstellen. Dat beursgenoteerde bedrijven, banken en verzekeraars (de zogenoemde OOB’s) elke acht jaar van accountant moeten wisselen, verandert de afhankelijkheidsrelatie tussen de accountant en zijn broodheer nauwelijks. En dat kantoren de OOB’s die ze controleren niet meer mogen adviseren, voorkomt boekhoudschandalen in het grootbedrijf, zoals bij Vestia, niet. Bovendien maakt de maatregel die de NBA voorstelde, om raden van commissarissen meer zeggenschap te geven bij de inhuur van accountants, hen wel onafhankelijker maar niet meer integer.

De belangrijkste taak voor het broodnodige vertrouwensherstel is mijns inziens voor de bestuurders van de grote accountantskantoren weggelegd. Zij moeten hun golfcar parkeren en doen waar ze exorbitant voor worden betaald. Ze moeten heldere gedragsregels opstellen en tot in de haarvaten van hun organisatie doorvoeren. Ze moeten alle stakeholders daar klip en klaar over informeren, zodat ze precies weten wat ze van hun organisatie mogen verwachten. Ze moeten op het maatschappelijke podium klimmen, een lans breken voor alle goedbedoelende accountants, actief meediscussiëren en een heldere visie uitdragen over de toekomst van hun accountancy- en adviespraktijk. Dat laatste kunnen ze ook overlaten aan de hoogleraren die op hun payroll staan, zoals de reeds genoemde Marcel Pheiffer in het Financieele Dagblad bepleitte. Maar ook dan moeten ze hun zichtbaarheid vergroten en in alles het goede voorbeeld geven, want het dagelijkse reilen en zeilen van de accountancy- en adviespraktijk onttrekt zich aan het oog van de meeste stakeholders. Voorbeeldgedrag oftewel de tone-at-the top, daar draait het om. Je bent zo maatschappelijk verantwoord als je topbestuurders overkomen. Zelfs als de organisatie niet helemaal deugt, kan een deugdzame voorman de reputatie significant verbeteren. Kijk maar naar Paus Franciscus. Je moet de trap altijd van bovenaf schoonvegen.

Ik begrijp best dat de bestuurders van de grote accountantskantoren er weinig voor voelen om in deze shitstorm hun hoofd uit het raam te steken. Maar als ze willen voorkomen dat de Big 4 in de ‘Insignificant 4’ veranderen, is niets doen geen optie. De huidige crisis ondermijnt naar mijn inschatting niet alleen het maatschappelijk draagvlak onder de sector, maar tast ook de hegemonie van de grote kantoren aan. De achtjaarlijkse accountantcaroussel vergroot immers de onderlinge concurrentie en de middelgrote kantoren lopen zich warm voor het grote werk, maar het profiel van de Big 4-kantoren is flinterdun. Deze bedreiging, biedt de grote kantoren ook een historische kans. Als er iets is waar ze zich in dit transparantietijdperk op kunnen profileren, is het maatschappelijke relevantie. De bestuurder die de sector uit de woestijn leidt en de nieuwe norm stelt, verschaft zijn organisatie een blijvend concurrentievoordeel. De positie van meest maatschappelijk verantwoordelijke accountantskantoor is nog vacant. Toegegeven, dat is nogal een paradigmaverschuiving. Maar het enige dat de sector nu nog kan redden is een vlucht naar voren.

Henk Noort

It's only fair to share...Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *